Primaire Reflexen
Wat zijn primaire reflexen?
Primaire reflexen, ook wel overlevingsreacties te noemen, zijn automatische, onbewuste bewegingspatronen waarmee ieder mens wordt geboren. Ze ontstaan al in de baarmoeder en spelen een belangrijke rol in de vroege ontwikkeling. Zo ondersteunen ze onder andere het geboorteproces, zetten ze de eerste bewegingen in gang en vormen ze de basis voor de verdere motorische, emotionele en cognitieve ontwikkeling. In het eerste levensjaar zorgen deze reflexen er bijvoorbeeld voor dat een baby kan drinken, grijpen en reageren op prikkels uit de omgeving. Naarmate een kind zich ontwikkelt, worden deze reflexen stap voor stap geïntegreerd in het zenuwstelsel. Ze maken dan plaats voor meer bewuste, gecontroleerde bewegingen en gedrag.
Wat als de reflexen niet goed integreren?
Dit proces verloopt namelijk echter niet altijd vanzelf. Het komt regelmatig voor dat reflexen (deels) actief blijven, bijvoorbeeld door stress tijdens de zwangerschap, een intensieve geboorte of ervaringen in de vroege kindertijd. Het lichaam kan hierdoor blijven reageren vanuit een onbewust compensatie- of overlevingsmechanisme. Ook latere stressvolle periodes of ingrijpende gebeurtenissen kunnen ervoor zorgen dat reflexpatronen opnieuw actiever worden. Wanneer primaire reflexen niet volledig geïntegreerd zijn, kan dit zich uiten in verschillende klachten op lichamelijk, emotioneel, motorisch of zintuiglijk gebied. Met behulp van reflextherapie ondersteunen we het lichaam om deze reflexen tot rust te brengen en alsnog te integreren. Hierdoor ontstaat er meer balans in het zenuwstelsel en zie je vaak dat klachten verminderen of zelfs verdwijnen.
veelvoorkomende klachten
- Problemen met aandacht, focus en concentratie
- AD(H)D klachten, dyslexie, dyscalculie
- Onhandigheid, een slechte houding, moeite met balans of spanning in het lichaam
- Snel boos, onzeker, paniek, angst, moeite met veranderingen of moeite met ontspannen
- (over)gevoelig voor prikkels zoals geluid, licht of aanraking
- Het gevoel hebben altijd ‘aan te staan’
- Slaapproblemen, vermoeidheid
- Onverklaarbare klachten zoals hoofdpijn of buikpijn.
Primaire Reflexen
Terugtrek-reflex
De terugtrek-reflex ontwikkelt zich al vroeg in de zwangerschap, rond de vijfde week. Het is één van de eerste schakels binnen ons bewegingssysteem en vormt een belangrijke basis voor hoe we reageren op prikkels uit onze omgeving. Deze reflex staat in directe verbinding met het autonome zenuwstelsel: het deel van ons systeem dat automatisch regelt wanneer we in actie komen en wanneer we juist moeten vertragen of tot rust komen.
Wanneer iets te intens, spannend of onverwacht voelt, reageert het lichaam door zich als het ware terug te bewegen. Het is een reactie die helpt om jezelf te beschermen en afstand te nemen wanneer dat nodig is.
Wanneer de terugtrek-reflex nog actief is, kan dit zich uiten in bijvoorbeeld:
- Terughoudendheid in contact met anderen
- Vermijden van sociale situaties of conflicten
- Slecht tegen onverwachte veranderingen kunnen
- Snel moe of overprikkeld raken in drukke omgevingen
- Het gevoel er niet bij te horen en/of anders zijn
- Angst om fouten te maken of afgewezen te worden
- Moeite hebben om je eigen grenzen aan te geven
- Dagdromen
Moro-reflex
De Moro-reflex wordt ook wel het schrik-reflex genoemd. Wanneer iets plotseling of spannend gebeurt, zoals een hard geluid, een onverwachte beweging of het gevoel dat je valt, reageert het lichaam van een baby automatisch. De armen gaan vaak wijd, de handen spreiden zich, het hoofd kan achterover bewegen en daarna trekt het lichaam zich weer samen.
Deze reflex is eigenlijk de basis voor wat we later de vecht-, vlucht- of bevriesreactie noemen: bij gevaar bereidt het lichaam zich voor om te vechten, te vluchten of te bevriezen.
Wanneer de Moro-reflex nog actief is, kan het lichaam moeite hebben om tot rust te komen na spanning. Het zenuwstelsel blijft als het ware “aan” staan, waardoor je sneller overprikkeld raakt op zowel lichamelijk als emotioneel gebied. Door deze voortdurende staat van alertheid worden er stresshormonen aangemaakt. Op de lange termijn kan dit het lichaam uitputten en het natuurlijke evenwicht verstoren. Het immuunsysteem kan hierdoor minder effectief reageren, waardoor het lichaam gevoeliger wordt voor prikkels die normaal gesproken geen probleem zouden vormen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan reacties op bepaalde voedingsstoffen.
Mensen met een nog actieve Moro-reflex laten dan ook vaker klachten zien, zoals problemen met keel, neus en oren, luchtwegklachten of huidreacties. Ook kan er sprake zijn van een verhoogde gevoeligheid of allergische reacties.
Een niet geïntegreerde Moro-reflex kan zich uiten in bijvoorbeeld:
- Snel schrikken van onverwachte geluiden of bewegingen
- Moeite met veranderingen of nieuwe situaties
- Plotselinge huilbuien of woede uitbarstingen
- Moeite met concentratie
- Altijd alert zijn, moeilijk kunnen ontspannen
- Rusteloosheid, opgejaagd voelen
- Overgevoelig voor licht/geluid of aanraking (kleding op de huid)
- Snel geïrriteerd of boos worden
- Slaapproblemen
- Vermoeidheid ondanks voldoende rust
- Allergieën, astma, eczeem, KNO-problemen
- Moeite met grenzen aangeven
- Gespannen spieren
- Laag zelfbeeld
- Slecht evenwicht/coördinatie
Palm-reflex
De palmreflex helpt een baby bij het grijpen en contact maken met de omgeving. Zodra de handen zachtjes worden aangeraakt, sluit de baby automatisch de hand om je vinger heen. Het is een onbewuste, instinctieve reactie. Waarbij de mond open gaat, en door de zuigbeweging het spijsverteringssysteem wordt geactiveerd.
Wanneer de palmreflex goed integreert, helpt het de baby om zich veilig te voelen en de eerste verbindingen te maken met mensen en voorwerpen om zich heen.
Wanneer de palmreflex actief blijft, kan dit spanning veroorzaken in verschillende delen van het lichaam, zoals de mond-, kaak- en keelspieren, maar ook in het spijsverteringssysteem. Kinderen kunnen moeite ervaren met spreken, hard of binnensmonds gaan praten. Wanneer een kind met de handen bezig is kan de tong worden uitgestoken. Werken met handen kan stressvol zijn en kan problemen geven met de fijne motoriek.
Een actieve Palmreflex kan zich uiten in bijvoorbeeld:
- Moeite om voorwerpen goed vast te houden
- Knutsel, teken of schrijfproblemen (bijvoorbeeld: onhandig of krampachtig vasthouden van pen of potlood)
- Problemen met fijne motoriek en coördinatie
- Snel dingen laten vallen of moeite met kracht doseren
- Gespannen kaken, tandenknarsen
- Extra spanning in gezicht, kaak of mond tijdens concentratie of inspanning
- Slechte spijsvertering / reflux
- Niet geaard zijn.
Asymmetrische tonische nek-reflex (ATNR)
De ATNR wordt zichtbaar wanneer een baby het hoofd naar één kant draait: de arm en het been aan de kant waar het gezicht naartoe wijst strekken zich, terwijl de andere zijde juist buigt. In de eerste levensfase speelt deze reflex een belangrijke rol in de motorische ontwikkeling. Hij helpt het kind om beweging op gang te brengen en ondersteunt de eerste coördinatie tussen hoofd, ogen en ledematen. Door deze reflex leert een baby als het ware zijn lichaam te ontdekken en wordt de basis gelegd voor latere bewegingen zoals rollen, kruipen en het ontwikkelen van een goede samenwerking tussen de linker- en rechterhelft van het lichaam. Ook draagt de ATNR bij aan de ontwikkeling van de samenwerking tussen beide hersenhelften, wat later belangrijk is voor vaardigheden zoals lezen, schrijven, spellen en concentreren.
Het lichaam blijft bij een actieve ATNR als het ware reageren op hoofdbewegingen, wat ervoor kan zorgen dat het lastig is om bewegingen goed te coördineren. Kinderen kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met een stabiele zithouding, vaak zie je het kind op 1 been zitten of een voet om een stoelpoot slaan. Het hoofd kan onbewust meebewegen tijdens taken of ze raken sneller vermoeid bij schoolwerk.
Een actieve ATNR kan zich uiten in bijvoorbeeld:
- Moeite met coördinatie tussen handen, ogen en hoofd
- Moeite met rekenen, schrijven, lezen, spellen
- Snel uit evenwicht
- Snel vermoeid bij activiteiten die concentratie en beweging vragen
- Slordig handschrift
- Moeite met zitten of houding aan tafel
- Problemen met oog-handcoördinatie, bijvoorbeeld bij het vangen van een bal
- Spanning in nek, schouders of armen bij concentratie of activiteit
- Vertraagd of moeite hebben met doorkruisen van de middellijn
- Weinig ruimtelijk inzicht hebben.
Ruggengraat bekken-reflex (RBR)
Wanneer de huid langs één zijde van de wervelkolom licht wordt gestimuleerd, reageert het lichaam van de baby automatisch. De ruggengraat bekken-reflex zorgt ervoor dat de heup omhoog gaat aan de kant waar de onderrug of heupen worden aangeraakt.
Wanneer de ruggengraat-bekkenreflex actief blijft, kan dit invloed hebben op hoe iemand prikkels en beweging ervaart. Kleine aanrakingen, zoals kleding die te strak zit of langs de onderrug schuurt, een stoelrand die de rug raakt, kunnen al een reactie oproepen in het lichaam. Dit kan ervoor zorgen dat iemand zich onrustig voelt, moeilijk stil kan zitten of steeds van houding verandert zonder precies te weten waarom.
Ook kan deze reflex invloed hebben op de houding en motoriek. Het bekken kan onbewust blijven meebewegen, wat zorgt voor een wiebelige zithouding of moeite met langdurig geconcentreerd zitten. Daarnaast wordt er vaak een verband gezien met bedplassen op latere leeftijd, doordat de reflex invloed kan hebben op de aansturing van het gebied rond het bekken. Voor het kind zelf kan dit verwarrend zijn. Het lichaam reageert op prikkels zonder dat daar bewuste controle over is, wat kan leiden tot een gevoel van onrust of moeite met ontspannen.
Een actieve RBR kan zich uiten in bijvoorbeeld:
- Moeilijk kunnen stilzitten
- Onrust in het lijf/hoofd
- Moeite met concentreren
- Snel afgeleid/moeite met focussen
- Hekel aan strakke kleding
- Bedplassen
- Tics
- Snel vermoeid
- Spanning in de onderrug/heupen
(Aarden) zuig-reflex
De (Aarden) zuig-reflex (AZR) is een reflex die al vroeg in de ontwikkeling aanwezig is en een belangrijke rol speelt als het gaat om basisveiligheid. Deze reflex wordt zichtbaar in het zuigen, maar gaat verder dan alleen voeding: het is een diepgaande, regulerende beweging die helpt om het zenuwstelsel tot rust te brengen. Het leert je om o.a. oké te zijn met jezelf.
Naarmate het kind zich verder ontwikkelt en het zenuwstelsel rijper wordt, hoort deze reflex geleidelijk te integreren. Dit betekent dat het kind steeds minder afhankelijk wordt van het zuigen als primaire manier om tot rust te komen. In plaats daarvan ontstaan er andere, meer bewuste vormen van zelfregulatie, zoals bewegen, contact zoeken of zichzelf op een andere manier geruststellen. Wanneer de AZR goed integreert, ontstaat er juist een stevige basis in het lichaam. Er is meer rust in het zenuwstelsel, de ademhaling verloopt vrijer en het wordt makkelijker om spanning los te laten. Dit ondersteunt niet alleen de lichamelijke ontwikkeling, maar ook het emotioneel welzijn en het vermogen om in contact te zijn met zichzelf en de omgeving. Vanuit deze basis kan een kind zich veiliger voelen.
Wanneer de Aarden Zuigreflex onvoldoende geïntegreerd is, kan dit invloed hebben op verschillende gebieden. Vaak blijft er een behoefte bestaan aan orale prikkels, zoals duimen, nagelbijten, kauwen op kleding of potloden. Dit kan een manier zijn van het lichaam om alsnog tot rust te komen of spanning te reguleren. Tegelijkertijd kan het moeilijker zijn om echt te ontspannen, waardoor er sprake kan zijn van innerlijke onrust of een gevoel van ‘altijd aan staan’. Diverse kenmerken kunnen een rol spelen bij een ongeremde AZR.
Een actieve AZR kan zich uiten in bijvoorbeeld:
- Blijvende behoefte aan zuigen, kauwen of sabbelen (duimen, nagelbijten, op potloden/kleding kauwen)
- Moeite met ontspannen of tot rust komen
- Overgevoeligheid in en rond de mond
- Gevoel van onvoldoende ‘aarding’ of niet goed in het lichaam aanwezig zijn
- Onzekerheid of behoefte aan bevestiging
- Moeite met veranderingen of spanning
- Moeite met verbinden (verlatingsangst/bindingsangst)
- Gevoel van onvoldoende ‘aarding’ of niet goed in het lichaam aanwezig zijn
- Onzekerheid of behoefte aan bevestiging
- Moeite met veranderingen of spanning
- Problemen met zwanger worden, moeizame zwangerschappen en bevallingen
- Vaak een onbevredigend gevoel hebben
- Een gebrek aan basisveiligheid
Tonische labyrint-reflex (TLR)
De tonische labyrint-reflex (TLR) is een automatische reactie die bij baby’s helpt om het lichaam te ontwikkelen en de houding te bepalen, vooral door de invloed van de stand van het hoofd (voorover of achterover). Deze reflex zorgt ervoor dat spieren zich aanspannen of ontspannen afhankelijk van de positie van het hoofd, wat belangrijk is voor het leren bewegen, het evenwicht en de oriëntatie in de ruimte. Wanneer de TLR goed integreert, ontstaat er meer balans in het lichaam. De spierspanning wordt beter gereguleerd, bewegingen verlopen soepeler en het wordt makkelijker om rechtop te zitten, te bewegen en te leren. Dit zorgt voor een stevigere basis, zowel fysiek als mentaal, waardoor een kind zich vrijer en zekerder kan ontwikkelen.
De TLR hangt nauw samen met het evenwichtssysteem in het lichaam. Wanneer deze reflex niet goed geïntegreerd is, kan het lastig zijn om stabiel en in balans te blijven. Het lichaam moet zich steeds opnieuw aanpassen om rechtop te blijven, waardoor de spierspanning voortdurend wisselt. Dit heeft ook invloed op de ogen. De samenwerking tussen hoofd en ogen verloopt minder soepel, waardoor het moeilijker kan zijn om het zicht stabiel te houden en waardoor het volgen van bijvoorbeeld tekst of beweging meer moeite kost.
Een actieve TLR kan zich uiten in bijvoorbeeld:
- Hoogtevrees/wagenziekte
- Slechte houding (bijvoorbeeld gebogen of juist stijf)
- Duizeligheid
- Slecht kunnen focussen met de ogen/diepte inschatten
- Moeite met zwemmen
- Angsten, doodsangst
- Veelvuldig op de tenen of de voorvoet lopen en staan
- Slechte balans/ evenwicht
- Moeite om positie in de ruimte te bepalen (links rechts voor achter, etc.)
- Moeite met aanleren en onthouden van volgorden (cijferreeksen, klokkijken, weekdagen)
- Moeite met ruimtelijk inzicht
Symmetrische tonische nek-reflex
De symmetrische tonische nek-reflex (STNR) helpt baby’s om het lichaam te leren bewegen in twee delen: boven- en onderlichaam.
Als de baby het hoofd buigt of strekt, reageren de armen en benen hier automatisch op. Dit helpt bij het ontwikkelen van bijvoorbeeld kruipen en het leren samenwerken van beide kanten van het lichaam.
Wanneer de STNR nog actief is, kan dit zich uiten in:
- Voeten achter tafelpoot haken bij aan tafel zitten eten / schrijven
- Inzakken bij zitten of juist stijf rechtop zitten
- Veelvuldig knoeien met eten
- Moeite met schrijven of fijn motorisch werk
- Moeite met zwemmen
- Snel vermoeide armen bij schrijven of werken aan tafel
Landau-reflex
Het Landau-reflex komt meestal tot ontwikkeling rond de leeftijd van drie tot vier maanden en vormt een belangrijk tegenwicht voor eerdere reflexen die juist meer gericht zijn op buigen. Wanneer een baby horizontaal wordt opgetild (met het gezicht naar beneden), wordt het lichaam van de baby gestrekt.
De Landau-reflex speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van houding, stabiliteit en coördinatie. Het ondersteunt de opbouw van de rompspieren en draagt bij aan het leren tillen van het hoofd, rollen, kruipen en uiteindelijk zitten en staan. Ook is de Landau-reflex belangrijk voor de samenwerking tussen spieren aan de voor- en achterzijde van het lichaam, wat later essentieel is voor een goede lichaamshouding en vloeiende bewegingen.
Wanneer de Landau-reflex nog actief is, kan dit zich uiten in bijvoorbeeld:
- Moeite met het ontspannen van het lichaam
- Overstrekking (bijvoorbeeld holle rug)
- Slechte lichaamshoudingMoeite met balans en coördinatie
- Spanning in nek, rug en benen
- Weinig initiatief nemen
- Snel vermoeid raken bij bewegen of inspanning
- Slecht bij gevoel kunnen komen
- Moeite met keuzes maken.
Heb je vragen? Neem contact met ons op
Neem gerust contact met ons op. We werken allebei zelfstandig, dus je kunt ons direct bereiken via ons eigen telefoonnummer of e-mailadres.

Home | Werkwijze | Over ons | Primaire Reflexen | Contact | Algemene Voorwaarden | Privacy
Locatie: Zijlweg 148C, 2015 BH Haarlem
mail: info@reflexpraktijkhaarlem.nl

CAT geregistreerd

Opgeleid bij Instituut voor Primaire Reflexen

Inge is gecertificeerd Kie Coach
® 2026 Reflex Praktijk Haarlem | Designed by Irene Frietman